· 

Boris | Anastasis II (verhaal)

In de grimmige straten van Laaghoven schudt de grond door de tremoren van een gereanimeerd lichaam. Het dorp, gesticht in 1890, grenst aan de Drunense Duinen. Met elke stap die het lichaam neemt, vernietigt het de takken op zijn pad. Half wakkere bewoners lopen naar hun ramen om te zien waar het stampende geluid vandaan komt. Het lichaam is drie meter lang, met verlengde armen en opgezwollen schouders. Als het stopt om uit een waterpoel te drinken, verzamelen wat bewoners zich om het gedrocht aan te spreken. “Meneer?” zegt de houthakker, nadat de burgemeester hem heeft aangemoedigd om iets te doen. “Alles goed?” Zijn trillende hand raakt de schouder van het lichaam aan. Meteen pakt het lichaam de houthakker bij zijn hoofd en snijdt met zijn klauwen de houthakker in tweeën. De pupilloze ogen van het lichaam kijken in de richting van de bewoners.

 

Dokter Harlan von Schlepper telt de kogels in het magazijn van zijn pistool. Aan het begin van de nacht waren het er acht en nu, om middernacht, zijn het nog steeds acht. De wind blaast wat stof op het plaatsnaambord van Laaghoven. De dokter loopt langs de houten huizen, waarvan de deuren en ramen dichtgetimmerd zijn. Hij loopt naar de duinen die grenzen aan het dorp, waar een poel bloed ligt. Hij wrijft wat van het bloed tussen zijn vingers. De loop van een jachtgeweer drukt tegen zijn achterhoofd aan. “Waar denk je mee bezig te zijn?”

 

Langzaam heft de dokter zijn handen boven zijn hoofd. “Dit bloed is vers,” zegt de dokter. “Wanneer is dit gebeurd, meneer?” De dokter draait zich om. Voor hem staat een oude man met een jachtgeweer in zijn bibberende handen. “Identificeer jezelf,” zegt de oude man. “Ik ben een dokter. De dader van dit incident, zag hij er onmenselijk uit?” De oude man richt het jachtgeweer niet langer op de dokter. “Ja,” zegt hij. “Hoe weet jij dat?” Een zucht komt uit de droge mond van de dokter. “Het is mijn verantwoordelijkheid om dit wezen voor eens en altijd uit te schakelen.” Von Schlepper haalt een injectiespuit uit zijn doktersjas. “En dit serum hier is de sleutel.”

 

De oude man neemt een trekje van zijn pijp. “Het gebeurde een paar uur geleden. Mijn medebewoners vluchtten meteen in hun huizen toen ze het zagen gebeuren. Het lichaam is inmiddels verdwenen…” De huilende wind blaast wat zand in de poel bloed. “Welke kant ging hij op?”, vraagt de dokter. De oude man wijst naar de duinen. “U wilt het gaan uitschakelen met een spuitje?” “Dit serum,” zegt Von Schlepper, “ik heb het gebaseerd op een theorie. In de baarmoeder eten embryo’s van haaien elkaar op. Kannibalisme onder broers en zussen is geen ongewoon fenomeen in de natuur. Wat als ik van deze eenling een siamese tweeling maak?” De oude man krabt op zijn hoofd. “Ik ga de deuren van mijn huis barricaderen.”

 

Op de heuvel van de duinen kan Von Schlepper door de duisternis maar vaag het zand en bomen van het gebied zien. Met zijn hand in zijn broekzak betast hij zijn pistool. Het metalen oppervlak voelt roestig aan. Als de dokter de olielamp van zijn lantaarn aansteekt, ziet hij op de grond een rechthoekig spoor. Het eindigt bij een bosgebied, waar gebroken takken op de grond liggen.

 

In het midden van het bos zoekt Von Schlepper naar een teken van leven. Hij hoort hoe aan de rand van het bos vogels opvliegen uit de bomen. Langzaam draait hij het licht van de olielamp uit. In het gebied waar de vogels zijn weggevlogen, zit het lichaam gehurkt met zijn rug naar Von Schlepper. Met een injectienaald in hand sluipt hij naar het lichaam, dat rustig zit te kauwen op een slachtoffer. Prik. De dokter injecteert het serum in de schouder van het lichaam. Als de substantie in de schouder zit, wordt de helft van het lichaam verlamd. Het lichaam probeert nog in de richting van de dokter te steken. “Spaar je energie,” zegt de dokter. Uit de schouder groeit een bult, die langzaam verandert in een identieke versie van het hoofd van het lichaam. Het nieuwe gedeelte heeft controle over de linkerhelft van het lichaam. Ze snijden met elkaars klauwen op de andere helft van hun gedeelde lichaam, terwijl de dokter van een afstand toekijkt.

De helft van het oorspronkelijke lichaam zakt neerwaarts. De dokter kijkt op zijn horloge. Het gevecht is al vijf minuten gaande. Het aangegroeide hoofd bijt als een roofdier het oude hoofd eraf. Von Schlepper haalt zijn pistool uit zijn zak. “Ik gaf hem leven,” zegt hij. “En dit is hoe hij me terugbetaalt. Nou ja, jij hebt toch de helft gedaan, dus ik zal als dank je uit je lijden verlossen.” De dokter schiet vier keer naar het aangegroeide hoofd. Het lichaam valt als een boomstam op de grond. Met twee vingers voelt hij aan de nek van het hoofd. Morsdood. Naast het tweekoppige lichaam ligt de bovenste helft van de half opgegeten houthakker. “Het probleem met de hel,” zegt de dokter, “is dat hij nooit vol genoeg raakt met zondaren.”

Reactie schrijven

Commentaren: 0